Ware vriendschap



Het was net geen miezerregen meer die met gestage vlagen uit de lucht druilde. De wijk, gewoonlijk best toonbaar met zijn nieuwbouwhuizen in speels verschillende kleuren en schijnbaar willekeurig aangelegde stroken groen, was verlaten en bedekt met een grauwgrijze mantel. De hakken van mijn pumps tikten verbeten op de stoeptegels, maar wisten geen echo te produceren.
“Ik duik er even onder, hoor,” zei een gedrongen vrouw en voor ik wist wat er gebeurde haakte ze haar arm in de mijne en liep, een beetje scheef om haar hoofd onder mijn paraplu te houden, naast me.
Ik keek opzij, verbijsterd dat iemand zomaar met een vreemde meeloopt, maar vooral geïrriteerd. Dit was helemaal niet het type vrouw met wie ik gezien wilde worden. Ze was een beetje te dik, had niet de moeite genomen zich op te maken en haar halflange, bruine haar hing in vettige pieken rond haar hoofd. Ze leek niet echt onsympathiek, maar dat kon komen door dat rare propperige neusje van haar, dat als twee druppels water leek op dat van…
“Oena?”
Ik sprak haar naam uit en ademde tegelijkertijd diep in, waardoor de geur van natte aarde zich behalve in mijn neus, nu ook achter in mijn mondholte nestelde.
“Ik moest ineens aan je denken,” zei ze, terwijl ze met haar zware, afgetrapte schoenen in een plas trapte. Een paar spetters sprongen op naar mijn panty, snel en ongericht als mijn gedachten, die om het hardst om voorrang schreeuwden en daardoor nauwelijks grijpbaar waren. Wat deed ze hier? Was zij het eigenlijk wel echt? Was ik bezig gek te worden? En waarom liet ik haar gearmd met me over straat lopen? Ik had helemaal geen tijd voor deze onzin. Ik had haast. De vergadering was uitgelopen doordat de voorzitter die jongen van PR de mond maar niet wilde snoeren en de file was nog langer geweest dan anders. Ik zou zelfs geen tijd hebben om te eten voor mijn Pilatesklasje begon, maar dat kon ik niet helpen. Peter moest het maar opwarmen als ik terugkwam.
Ik keek Oena aan en zag dat de grauwgrijze mantel nu ook over haar was gaan liggen. Mijn nek voelde als een strak gespannen elastiek, dat ineens met een korte knak knapte.
“Dit kan dus echt niet, hè.” snauwde ik. “Jij hebt al genoeg aangericht.”
Oena antwoordde niet, grimaste naar me en zei, wijzend op een verlaten ogend cafeetje: “Kom, we gaan wat drinken.” Ze trok me mee en negeerde mijn onwillige passen net zo hard als ze doof was voor de tegensputterende woorden die iets te maken hadden met geen tijd.
Het was net zoals vroeger. Als Oena zich iets in het hoofd zette, dan moest en zou het gebeuren. In consequenties was ze niet geïnteresseerd; de toekomst kwam toch wel. Als zij zustertje wilde spelen, dan gingen we zustertje spelen en dat moest met de verbandtrommel, ook al hadden mijn ouders me verboden dat ding ooit nog aan te raken.
Maar wij zouden voorzichtig doen en alleen met het verband spelen. In de badkamer, want daarin konden we ons opsluiten en ongestoord onze gang gaan. Oena had mijn hele arm al ingezwachteld en met onbescheiden grote repen tape vastgezet. Nu moest ik nog een mitella, die keurig opgevouwen onder in de verbandtrommel lag.
Ze pakte een hoekje van de stof, riep: “Simsalabim!” en trok met een zwierig gebaar aan de lap, waardoor niet alleen de mitella, maar ook een pak pleisters, een schaartje en een thermometer uit de trommel vlogen. De pleisters maakten een ongeïnspireerd boogje en belandden met een doffe plof op de grond, de schaar opende zich in zijn vlucht en buitelde met prachtige bewegingen om zijn eigen as voor hij in de wc-pot plonsde en de thermometer spoedde zich naar de muur boven het bad. Op het moment dat het glas met een korte tik brak, herinnerde ik me weer waarom ik niet met de verbandtrommel mocht spelen. Er zat kwik in de thermometer, een levensgevaarlijk gif. En dat levensgevaarlijke gif danste nu in wonderlijke, zilvergrijze balletjes langs de muur, via de rand het bad in, waar het na een tijdje rollen tot stilstand kwam.
Oena en ik keken elkaar aan, begonnen allebei aan het verband rond mijn arm te trekken, wikkelden het als razenden af, propten het onderin de prullenbak, legden mitella en pleisters terug in de trommel, maar lieten de schaar in de pot, want dat was vies. Toen wisten we het niet meer. Ik keek over de rand van het bad naar de balletjes, die daar dreigend lagen te glimmen.
“Laten we ze gewoon wegspoelen,” opperde Oena, wat even een goed idee leek. Toen stelde ik me voor dat ze de eerstvolgende keer als mama een bad nam terug zouden borrelen. Wie weet wat dat gif met haar zou doen? Misschien vrat het zich wel in haar huid. Ik schudde mijn hoofd.
“Dan moet je het gaan vertellen.” Ze zei het op besliste toon en ik wist dat ze gelijk had.

Oena liet zich neerploffen op een stoel aan een tafel in de verste hoek van het cafeetje. Het was er rustig. Alleen aan de bar zaten twee mannen, die even hadden opgekeken toen we binnen kwamen, maar al snel hun hoofden weer bogen om met droeve blik naar hun lege borrelglaasjes te staren. De barman stond een glas op te wrijven waar met de beste wil van de wereld geen vlek meer op te vinden was en toen geen van ons tweeën aanstalten maakten om op te staan, wierp hij de doek met een zucht op een kruk, zette het glas op een plank en liep op ons toe.
“Doe mij maar een spa rood,” bestelde ik, waarop ik naar Oena keek. Zij schudde haar hoofd. De barman had kennelijk geroken dat hij aan haar niets zou verdienen, want hij draaide zich al om zonder haar nog een blik waardig te gunnen.
“Nou, vertel! Hoe gaat het met je?” Ze leunde een beetje voorover, waardoor ik zag hoe een klein kloddertje spuug zich in haar mondhoek had verzameld. Met alle wilskracht die ik in me had richtte ik mijn blik op haar propperige neusje, terwijl ik mijn schouders ophaalde en zei: “Kon beter.”
De barman gooide een viltje op tafel en zette er met een onnodig harde bons een glas spa op. Ik had hem wel willen bedanken, maar hij was alweer weg.
“Problemen met je vriend?” vroeg ze. Het spuugkloddertje werd helemaal uitgerekt. Onwillekeurig veegde ik langs mijn eigen mondhoek.
“Ook,” zei ik. “We praten niet. Of eigenlijk moet ik zeggen: ik praat wel, maar hij luistert niet.” Ik nam een slok spa en vervolgde: “Dat lijkt wel een mannenkwaal. Op mijn werk heb ik ook al honderd keer gezegd dat ik toe ben aan een nieuwe uitdaging, maar elke keer als er een interessante baan vrijkomt, geeft mijn baas hem aan een ander.”
“Aan een andere man, zeker,” knikte Oena begrijpend.
“Ja!” Eigenlijk had ik het zo nog nooit bekeken. Die baas van mij was natuurlijk gewoon een seksist, die vindt dat vrouwen helemaal geen hogere functies moeten bekleden.
“Jij kunt natuurlijk wel meer dan een beetje de secretaresse uithangen, toch?” Heel even dacht ik een sarcastisch toontje te horen, maar ze glimlachte vriendelijk naar me, waardoor zich in het hoekje spuug een belletje vormde, dat knapte. Buiten leek iemand een dimmer zachter te zetten en de regen werd ineens heel duidelijk hoorbaar. Vette druppels spatten tegen de ramen, die de lamp boven onze tafel geelachtig weerspiegelden. Daaronder zat mijn schimmige projectie, gehuld in warm, onschuldig licht. Die Pilatesklas moest het deze week maar zonder mij doen.
“Lekker om weer eens echt met iemand te praten,” zei ik, ineens opgelucht. Het compliment vulde Oena, zelfs haar neusje leek iets groter te worden.
“Heb je geen vriendinnen dan?” vroeg ze en heel even borrelde er wat koolzuur in mijn slokdarm naar boven, samen met een oud schuldgevoel. Ooit had ik in een klasgenootje een hartsvriendin gevonden en Oena zonder pardon de rug toegekeerd. Ik vond haar ineens kinderachtig en lelijk. Een tijdje kwam ze nog af en toe langs in de hoop dat ik met haar wilde spelen, maar het idee dat mijn nieuwe hartsvriendin zou zien dat ik met zo’n stom kind omging, maakte dat ik haar keer op keer wegstuurde. Uiteindelijk gaf ze het op en ik had haar, tot vandaag, nooit meer gezien.
Ik schudde mijn hoofd en vertelde over de kennisjes van de tennisbaan en Pilates, hoe ongeïnteresseerd ze altijd deden en dat ze totaal gevoelloos niet waren komen opdagen op een door mij georganiseerde barbecue. Dat ik nu deed alsof ze lucht waren, hadden ze helemaal aan zichzelf te danken.
“En je broertje? Je ouders?”
“Guido zie ik eigenlijk alleen met feestdagen. Hij belt me nooit eens zomaar, dus waarom zou ik hem dan bellen? En mijn ouders… tja. Die zijn boos sinds mijn vader over mijn voet struikelde en languit in de modder viel. Hij leek wel een varken. Ik moest zo ontzettend lachen.” Oena grinnikte en ik vervolgde: “Toen wist ik natuurlijk nog niet dat hij zijn heup gebroken had en mijn moeder kon dat ook niet weten, maar toch keek ze naar me alsof ik hem expres had laten vallen. Terwijl het natuurlijk kwam doordat hij topzwaar is.” Mijn mond was ineens kurkdroog en ik nam snel een slokje spa. Oena duwde bedachtzaam duim en middelvinger tegen haar mondhoeken, waardoor het spuugkloddertje eindelijk verdween. Ze veegde het af aan het kleedje dat op de tafel lag.
Het kletteren van de regen stopte zo abrupt dat ik er bijna van schrok. De laatste druppels die langzaam langs de ramen naar beneden waggelden werden beschenen door de lichter wordende lucht en heel even leken ze het gezicht van mijn moeder te vormen, met een blik vol weerzin, maar zonder de rimpels en zakkende huid die ze inmiddels had. Zo had ze gekeken toen ik, na een uur dralen rond tv, mijn poppenhuis en een legpuzzel, eindelijk opbiechtte wat er was gebeurd.
“Mam?” begon ik en ik voelde me heel volwassen. “De thermometer is gevallen. Nu is hij stuk.”
Een paar seconden lang reageerde ze niet. Ze keek me alleen zwijgend aan en het leek alsof haar mond wat minder vol was dan anders. Toen haalde ze diep adem en zei: “Gevallen? Hoe kan dat nou? Ik had toch gezegd dat je daar niet mee mocht spelen?”
“Oena heeft het gedaan,” zei ik, kijkend naar de deur, waarachter de dader zich had verstopt.
Normaal gesproken zakte mijn moeder door haar knieën als ze tegen me praatte, maar nu bleef ze staan, keek op me neer. In haar gezicht zocht ik de geruststellende blik van onvoorwaardelijke liefde, maar kon hem niet vinden.
“Ja hoor, daar hebben we Oena weer.” Ze liet een zucht ontsnappen voor ze met streng trillende stem zei: “Ik ga je niet verbieden er een fantasievriendinnetje op na te houden, maar haar de schuld geven als jij iets fout hebt gedaan, dat mag niet.”